Mahmud is twintig jaar oud en staat al tien jaar in het kappersvak. Waar dat in Nederland uitzonderlijk klinkt, is het voor hem heel normaal. “In mijn land begin je jong,” vertelt hij. “Na school help je mee in een winkel of een kapsalon. Eerst vegen, klanten helpen. En later leer je het vak.”
Mahmud komt uit Noord-Syrië en is Syrisch-Koerdisch. Op jonge leeftijd vertrok hij naar Turkije en drie jaar geleden kwam hij in zijn eentje naar Nederland. “Maanden onderweg. Veel lopen,” zegt hij nuchter. “Dat was niet makkelijk.” Eenmaal aangekomen was hij er nog niet. Want hoe begin je opnieuw in een land met een andere taal, andere regels en andere verwachtingen?
Leren werken én leren leven
Mahmud kwam in Zwolle terecht en volgt nu de Z-route (zelfredzaamheidsroute) bij Tiem: drie jaar waarin hij werkt aan de Nederlandse taal, de werkcultuur en zijn plek in de maatschappij. Drie dagen per week gaat hij naar school voor taalles, drie dagen werkt hij bij Kapsalon Arif.
“School is echt belangrijk,” benadrukt Mahmud. “Zonder diploma kun je niet verder. Ik wil een toekomst opbouwen. Alles hebben: werk, taal, diploma.” Tegelijkertijd leert hij juist op de werkvloer enorm veel. “Hier praat ik elke dag Nederlands. Met collega’s en met klanten. Dat helpt meer dan alleen uit boeken leren.” Arif ziet die ontwikkeling ook. “Zijn Nederlands is echt vooruitgegaan. Ik zeg altijd: als je wilt leren, moet je niet bang zijn om fouten te maken. Gewoon praten.”
